De 25 Veilig Thuis-organisaties luiden gezamenlijk de noodklok. De grens van wat Veilig Thuis kan opvangen is bereikt. Wachtlijsten lopen op, medewerkers staan voor een steeds zwaardere opgave en ook onze beschikbaarheid voor ketenpartners staat steeds meer onder druk. Wij roepen de politiek op om nu in te grijpen en 70 miljoen beschikbaar te stellen voor de komende drie jaar. Dat geld is nodig om de acute druk en wachtlijsten terug te dringen én om de noodzakelijke transformatie van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling te versnellen.
Achter iedere wachtende staat een kind, volwassene of gezin dat hulp en bescherming nodig heeft. Wij vinden het verschrikkelijk dat mensen soms al jarenlang in een onveilige situatie leven en, wanneer zij hulp zoeken, vervolgens ook nog te maken krijgen met wachttijden. Bij acute onveiligheid handelt Veilig Thuis direct
Door de huidige druk zijn Veilig Thuis-professionals steeds meer bezig met het beoordelen en onderzoeken van meldingen, acute situaties en het bewaken van wachtlijsten. De oplopende wachtlijsten kunnen wij met de beschikbare mensen en middelen niet meer zelf oplossen. Door de werkdruk is er vrijwel géén tijd meer om vooruit te kijken: inwoners en professionals vroegtijdig te adviseren, escalatie te voorkomen, van casuïstiek te leren en de samenwerking met partners. Juist die ruimte is nodig om geweld en onveiligheid duurzaam te stoppen.
Ida Ouweneel, lid Dagelijks Bestuur van het Landelijk Netwerk Veilig Thuis:
“Wij willen er zijn voor gezinnen en huishoudens wanneer het thuis onveilig is. Het huidige stelsel vraagt meer van onze professionals dan uitvoerbaar is. Zij moeten dagelijks afwegen welke onveilige situatie als eerste aandacht krijgt, wetend dat anderen daardoor moeten wachten en deze mensen serieuze veiligheidsrisico’s lopen. Dat legt een grote druk op de mensen die zich iedere dag inzetten voor veiligheid. Uiteindelijk raakt dit niet alleen onze professionals, maar vooral ook deze gezinnen en huishoudens.”
De grens is bereikt
De vraag naar Veilig Thuis groeit al jaren. In 2020 gaven de Veilig Thuis-organisaties 122.050 adviezen. In 2025 waren dat er 178.925: een stijging van bijna 47 procent in vijf jaar. Het aantal meldingen steeg in diezelfde periode van 127.415 naar 136.325, een toename van 7 procent.
Dat steeds meer inwoners en professionals Veilig Thuis weten te vinden, is op zichzelf een goede ontwikkeling. Het laat zien dat mensen hulp en advies zoeken wanneer zij zich zorgen maken over veiligheid. Maar de vraag groeit sneller dan de capaciteit en financiële ruimte. In onze inventarisatie van april gaven 24 van de 25 Veilig Thuis-organisaties aan onvoldoende budget te hebben voor 2027 bij aanhoudende groei. Inmiddels zijn in sommige regio’s aanvullende middelen afgesproken of lopen daarover constructieve gesprekken. De knelpunten en benodigde oplossingen verschillen per regio.
De Veilig Thuis-organisaties hebben de afgelopen jaren het maximale gedaan om binnen de bestaande capaciteit meer te kunnen opvangen: efficiënter werken, scherper kijken naar wettelijke taken en anders organiseren. Die ruimte is inmiddels benut. En ook de ruimte om te investeren in kwaliteit, deskundigheid en professionele ontwikkeling staat hierdoor onder druk.
Wij zien dagelijks waar het stelsel vastloopt
Ook na onze inzet kan passende hulp uitblijven. Gezinnen blijven dan in een onveilige situatie en we krijgen opnieuw meldingen over dezelfde gezinnen. De problemen bij Veilig Thuis zijn daarom niet alleen een financieel vraagstuk, maar een symptoom van een bredere vastlopende keten. Gemeenten staan ook voor een financiële uitdaging, en zijn niet alleen verantwoordelijk voor Veilig Thuis, maar ook voor de lokale toegang, preventie, lokale ondersteuning, specialistische jeugdhulp en jeugdbescherming. Juist op al die onderdelen zien we tekorten, wachttijden, personeelsschaarste en versnippering.
De gevolgen zijn breder dan Veilig Thuis. De beschikbaarheid voor ketenpartners staat onder druk. Politie, OM, hulpverleners en andere partners hebben elkaars expertise nodig. Binnen Veiligheid Voorop werken Veilig Thuis, politie, OM en andere partners samen om slachtoffers te beschermen. Ook die samenwerking komt door de capaciteitsproblemen in het gedrang.
De knelpunten in het stelsel zijn al jaren bekend. In 2021 werd het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming vastgesteld als perspectief voor een andere inrichting van het stelsel. Ook de inspecties hebben aandacht gevraagd voor de uitvoerbaarheid van opdrachten binnen het stelsel en de gevolgen daarvan voor gezinnen en huishoudens. Ondertussen worden steeds nieuwe dingen van organisaties en professionals gevraagd, terwijl zij met de beschikbare mensen en middelen hun huidige werk al onvoldoende kunnen uitvoeren.
Extra geld én ruimte om te veranderen
Iedereen onderschrijft de noodzaak van verandering. Maar een transformatie is niet mogelijk zolang alle beschikbare capaciteit nodig is om de problemen van vandaag op te vangen. We hebben daarom direct extra capaciteit nodig om het dagelijkse werk uit te voeren én voldoende mensen, tijd en middelen om de noodzakelijke verandering richting het Toekomstscenario te versnellen. Op deze manier willen we onze adviesfunctie versterken en onze kennis en expertise eerder inzetten bij lokale teams en andere partners, zodat gezinnen eerder worden geholpen.
Ondertussen lopen de 25 Veilig Thuis-organisaties niet weg van hun verantwoordelijkheid. We blijven doen wat binnen onze mogelijkheden ligt, blijven werken aan bereikbaarheid en proberen de wachttijd voor gezinnen zo veel mogelijk te beperken. Maar de verantwoordelijkheid ligt niet bij Veilig Thuis alleen. Daarvoor zijn politieke keuzes en investeringen nodig. Wij vragen het kabinet en de Tweede Kamer om € 70 miljoen voor de komende drie jaar beschikbaar te stellen, zodat we de acute druk kunnen verlichten én de noodzakelijke transformatie kunnen versnellen. Inwoners die te maken hebben met huiselijk geweld of kindermishandeling moeten kunnen rekenen op tijdig advies, passende hulp en ondersteuning. Dat vraagt om actie nu.







