In de eerste helft van 2026 gaf Veilig Thuis 15 procent meer adviezen en nam het aantal meldingen met 9 procent toe. Vooral het onderwijs weet Veilig Thuis steeds vaker te vinden. Tegelijkertijd lopen de druk op medewerkers en de wachtlijsten op.
Steeds meer inwoners en professionals weten Veilig Thuis te vinden bij zorgen over huiselijk geweld en kindermishandeling. In de eerste helft van 2026 gaf Veilig Thuis 97.815 adviezen, een stijging van 15 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2025. Ook het aantal meldingen nam toe: Veilig Thuis ontving 73.950 meldingen, 9 procent meer dan in de eerste helft van 2025. De groei zet daarmee door. Vergeleken met de eerste helft van 2024 gaat het om een stijging van respectievelijk 30 procent in het aantal adviezen en 16 procent in het aantal meldingen.
Onderwijs weet Veilig Thuis steeds beter te vinden
Een positieve ontwikkeling is de groei van het aantal adviesvragen vanuit het onderwijs. In de eerste helft van 2026 vroeg het onderwijs 15 procent vaker advies aan Veilig Thuis dan in dezelfde periode een jaar eerder. Ten opzichte van 2024 is dat een stijging van 31 procent. Ook het aantal meldingen vanuit het onderwijs nam toe: 14 procent ten opzichte van 2025 en 37 procent ten opzichte van 2024.
Onderwijsprofessionals spelen een belangrijke rol bij het herkennen van signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Zij zien kinderen regelmatig en kunnen veranderingen in gedrag of thuissituaties opmerken. Het is daarom belangrijk dat zij weten waar ze terechtkunnen met vragen en zorgen.
Veilig Thuis heeft het afgelopen jaar geïnvesteerd in de verbinding met het onderwijs. Dat scholen ons steeds vaker weten te vinden, is een ontwikkeling waar we blij mee zijn. En we willen nog meer aan de voorkant betekenen. Door professionals eerder te ondersteunen, kennis te delen en samen te werken met scholen, lokale teams en partners in de zorg- en strafketen, kunnen signalen eerder worden opgepakt. Zo kunnen we samen voorkomen dat situaties verder escaleren en bijdragen aan duurzame veiligheid voor gezinnen.
Meer mensen zoeken advies
Bijna de helft van de adviesvragen komt van burgers. Het aantal adviesvragen van burgers steeg met 17 procent ten opzichte van de eerste helft van 2025. Ook professionals zochten vaker advies: bij hen nam het aantal adviesvragen met 12 procent toe.
Dat meer mensen zelf contact opnemen, is belangrijk. Bij twijfel of zorgen over de veiligheid thuis kan advies helpen om de situatie beter in te schatten en passende vervolgstappen te bepalen. Contact met Veilig Thuis hoeft niet meteen te betekenen dat er een melding wordt gedaan. Veilig Thuis denkt mee en ondersteunt inwoners en professionals bij het beoordelen van zorgen en het vinden van een passende aanpak.
Meer meldingen van acute onveiligheid
Het aantal meldingen waarbij sprake is van acute onveiligheid steeg in een jaar tijd met 41 procent: van 4.765 in de eerste helft van 2025 naar 6.735 in de eerste helft van 2026. Het overgrote deel van de meldingen, 70 procent, had betrekking op (een vermoeden van) structurele onveiligheid.
Veilig Thuis ziet dat situaties steeds complexer worden en dat vaker een zorgvuldige beoordeling van risico’s en veiligheid nodig is. Dat vraagt veel van medewerkers, die dagelijks moeten bepalen welke situaties als eerste aandacht nodig hebben. Tegelijkertijd neemt de druk op de organisaties toe en hebben zij te maken met wachtlijsten. Achter die wachtlijsten staan kinderen, volwassenen en gezinnen die hulp en bescherming nodig hebben.
Wachtlijsten terugdringen én de aanpak veranderen
De 25 Veilig Thuis-organisaties luidden onlangs gezamenlijk de noodklok. De verdere stijging van het aantal adviesvragen en het aantal meldingen, de toenemende complexiteit en de beperkte capaciteit leggen steeds meer druk op de organisaties, hun medewerkers en de samenwerking met ketenpartners.
De wachtlijsten terugdringen is noodzakelijk, maar lost het onderliggende probleem niet op. De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling als geheel loopt in de keten vast. Ook bij onze samenwerkingspartners zijn tekorten, wachttijden en personeelsschaarste. Wanneer passende hulp en ondersteuning niet op tijd beschikbaar zijn, blijven gezinnen soms langer in onveilige situaties en kunnen problemen opnieuw ontstaan of verergeren.
Daarom is niet alleen extra capaciteit nodig om de acute druk te verlichten, maar ook een verandering van de manier waarop we huiselijk geweld en kindermishandeling aanpakken. Door de adviesfunctie van Veilig Thuis te versterken, expertise eerder in te zetten en de samenwerking tussen lokale teams, zorg- en veiligheidspartners en de lokale professionals zoals zorgverleners en het onderwijs te verbeteren, kunnen we signalen eerder oppakken en gezinnen tijdiger helpen. Daarvoor zijn structurele investeringen en ruimte nodig om de noodzakelijke verandering te realiseren.
Lees ook: Veilig Thuis luidt de noodklok







