De meldcode helpt professionals goed te reageren bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling. De code is verplicht, maar wordt nog te vaak niet of onjuist gebruikt. Volgens Mieke van Beurden, beleidsadviseur bij Veilig Thuis West-Brabant en het Landelijk Netwerk Veilig Thuis, komt dat door de manier waarop we over de meldcode praten. Ze pleit voor een andere blik: “De meldcode is geen route naar melden, maar een instrument om eerder te signaleren. Zolang we het woord ‘melden’ centraal blijven stellen, blijven professionals de meldcode pas gebruiken als het eigenlijk al te laat is.”
Vroegsignaleringsinstrument
“Eerlijk gezegd heb ik grote moeite met het woord meldcode”, begint Mieke. “Het klinkt alsof het doel is om te melden. Terwijl dat niet het doel is.” In het nieuws ging het recent over kraamverzorgenden die signalen van onveiligheid zien, maar nauwelijks melden bij Veilig Thuis. Dat roept de bekende reflex op: waarom wordt er niet vaker gemeld? Maar volgens Mieke legt die vraag het probleem niet goed bloot. “De meldcode wordt in de praktijk vaak pas gebruikt als de zorgen al zó groot zijn dat melden bijna onvermijdelijk is. Terwijl het eigenlijk een vroegsignaleringsinstrument is.” Ze erkent zelf dat ook dat niet bepaald een inspirerende term is. “Maar het dekt de lading beter.”
Te laat ingezet
In haar werk ziet de beleidsadviseur hetzelfde patroon in meerdere sectoren. In het onderwijs, bijvoorbeeld. “Dan belt een leerkracht: een leerling gaat naar het voortgezet onderwijs en we raken het zicht kwijt. We maken ons eigenlijk al sinds groep 4 zorgen. Dan denk ik: waarom ben je niet in groep 4 begonnen met stap 1 van de meldcode?”
‘Vroeg signaleren betekent niet automatisch melden’
Dat verwijt ze professionals niet persoonlijk. “Het is ingewikkeld. Je bent er niet altijd voor opgeleid. Het gesprek aangaan is spannend, maar juist daarom is het zo belangrijk om eerder te overleggen.” Want vroeg signaleren betekent niet automatisch melden. Het betekent: met een collega sparren. Een aandachtsfunctionaris inschakelen. Bellen of chatten met Veilig Thuis voor advies. Hulp inzetten waar mogelijk. En als het lukt om onveiligheid vroeg te doorbreken, kun je de meldcode ook weer afsluiten.
Het woord ‘meldcode’ doet iets
Volgens Mieke zit een deel van het probleem in de framing. “We hebben een Wet verplichte meldcode. Dat woord ‘verplicht’ doet al iets. En ‘melden’ klinkt als klikken. Alsof je iemand aangeeft bij een andere instantie. Dat voelt ethisch ingewikkeld.”
Op de BES eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba heet het de Beschermingscode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. “Dat klinkt meteen anders”, zegt ze. Wat de beleidsadviseur hoopt, is dat professionals de meldcode gaan zien als steun in plaats van een moetje. “Je mag hopen dat het wordt gebruikt als instrument om zo vroeg mogelijk te signaleren. Zodat je aan de voorkant de juiste stappen zet. Wanneer de situatie zo ernstig is dat melden noodzakelijk wordt, willen we door het bundelen van signalen effectief samenwerken om het geweld of de onveiligheid te stoppen.”
Advies is breder dan inhoud
Wat veel professionals volgens Mieke niet weten, is dat het advies van Veilig Thuis heel breed kan zijn. “Je kunt vragen: ik zie deze signalen, wat kan dat betekenen? Maar ook: ik vind het gesprek aangaan lastig, hoe pak ik dat aan? Welke vragen kan ik beter niet stellen?”
Soms is het advies praktisch: niet alleen hoe, maar ook wanneer voer je een gesprek in stap 3 van de meldcode? “Voor onderwijsprofessionals adviseren we bijvoorbeeld om zo’n gesprek niet op vrijdagmiddag te voeren. Dan ga je het weekend in en heb je geen zicht op veiligheid. Doe het op maandag, zodat je kunt monitoren hoe de week verloopt. Komt het kind nog op school? Wordt het ziek gemeld? Dat zijn signalen waar wij op voort kunnen borduren.”
Angst om het erger te maken
Een veelgehoorde angst: straks maak ik het erger. Mieke begrijpt die vrees, maar draait hem om. “Er is vaak maar één persoon nodig om het verschil te maken. Jij kunt die ene persoon zijn.”
Het idee van anoniem melden noemt ze ingewikkeld. “Je kunt zeggen: ik geef mijn naam niet. Maar de inhoud van de melding is vaak herleidbaar. Stel je bent kraamverzorgende en je vindt drugs in een broekzak als je de was doet. Dan ben jij een van de weinigen die dat weet.” Dit laat zien dat volledige anonimiteit in praktijk vaak lastig te waarborgen is, waardoor de drempel om te melden soms hoger blijft. Openheid biedt vaak meer ruimte voor zorgvuldige opvolging.”
‘De meldcode is het uitgelezen instrument om op tijd het juiste te doen’
Patronen zichtbaar maken
Sinds 2019 is melden bij acute of structurele onveiligheid niet langer een keuze, maar verplicht. “De meerwaarde daarvan wordt niet altijd gezien”, zegt Mieke. “Maar huiselijk geweld en kindermishandeling zijn vaak geen losse incidenten. Hoe meer signalen bij elkaar worden gebracht, hoe duidelijker dat patroon wordt.”
Ze noemt een casus van een middelbare school die na anderhalf jaar gesprekken over schoolverzuim uiteindelijk toch meldde. “Wij zagen in ons systeem politiemeldingen van huiselijk geweld. Dat meisje bleek thuis te blijven om haar moeder te beschermen tegen geweld van haar vader. Dan voer je een totaal ander gesprek.”
Achter de rug om
Veilig Thuis merkt dat veel vragen gaan over het voeren van het gesprek in stap 3 van de meldcode. Vooral professionals die hier niet speciaal voor zijn opgeleid, vinden dit vaak spannend en zoeken soms naar manieren om het gesprek te vermijden of anders te voeren. “Toch is het belangrijk om stil te staan bij het perspectief van het gezin of huishouden: hoe zou jij zelf willen dat er met je wordt omgegaan als er zorgen zijn over jou of je kinderen?”, geeft Mieke aan. “Als er achter iemands rug om een melding wordt gedaan, kan dat veel onveiligheid en wantrouwen oproepen. Eerlijk en open communiceren helpt om samen het juiste te doen en het gevoel van veiligheid te behouden.”
Net zoals het belangrijk is om eerlijk en open te communiceren en het perspectief van het gezin of huishouden centraal te stellen, benadrukt Mieke dat iedereen in een situatie terecht kan komen waarin er advies over je wordt gevraagd of een melding over je wordt gedaan, zegt ze. “Je zit niet lekker in je vel, je kinderen luisteren niet, je schreeuwt. Het kan iedereen overkomen.” Misschien is dat wel de kern van haar betoog: de meldcode is geen instrument om mensen te bestraffen, maar juist om ze te beschermen. “Noem de meldcode dus liever geen meldcode, maar bijvoorbeeld beschermingscode”, herhaalt ze nog maar eens. “Het is namelijk de uitgelezen manier om op tijd het juiste te doen.”







